“The prophets don’t ask questions they expect to get answered, but instead respond to direct divine inspiration, that is to a random activity of their gods.” – so Niklas Luhmann in The Medium of Religion, A sociological view on God and the soul (2000:43), referring to Cristiano Grotanelli, Profezia e scrittura nel Vicino Oriente, La Ricerca folkloria: La scrittura: Funzioni e ideologie 5 (1982), 57-62.

Religious systems have suggested the presence of a soul communicating with God. God would observe the soul during its time in the body and would approve or disprove of its workings on earth. The body had a soul but the soul could not be observed or known, nor could it itself observe God. God was all and thus included the soul. The soul could not observe something that was both itself as well as something bigger. End of story. Communicating the presence and functioning of a soul – through spiritual, ritualistic and societal laws – placed social power in the hands of the churches that acted as mediums between God and the people to mitigate their soul-searching tendencies.

To question whether a soul is there at all is asking for a traditional, scientific show-and-tell. The cause of the soul could be some kind of tissue enlivened in ways still unintelligible to modern mind. Rather, religion means to become inspired by the gods, receiving what is light instead of searching where it’s dark. Perhaps society frames it as cowardice to want to receive and not search, but it is not a bad idea for people who – in their search – only discover void after void.

Although this argument builds onto a simple dichotomy (light/dark) it is possible to see why science and religion have always gone hand in hand in their conquest for purpose to a life that seems, at first glance, to be designed for after-life, death, commemorating the dead, sympathizing with the dying – i.e. for looking forward to what will be gone.

De vrijheid in ons allemaal

Er zijn eigenlijk, zonder echt echt persoonlijk te worden (persoon = leegte – Dalai Lama Sutra) meer dan een paar mensen die mij daadwerkelijke vrijheid hebben doen voelen. In Amerika is het een keer gebeurd, hoewel talloze keren in het klein. Het was het eerste iets dichtere contact met mensen die daadwerkelijk denken in de realiteit van dit Amerika. Het is dan ongelofelijk om te zien hoe veel groter deze vrijheid is als je hem ervaart. In de transitie van deze observatie ligt de hoogste kracht in de vorm van Wijsheid of wisdom als de hoogste vorm van zijn, boven compassie, verdraagzaamheid etc. Dit was Sophia. Zij is de wijste persoon die ik ook heb ontmoet en daarom de meest vrije.

Het gebeurde op een van de zware, donkere regenzwangere avonden onder de immense duisternis der hemelen van Berljn, dat ik in gesprek bracht naar Afrika te gaan om in een nachtclub te gaan werken. In propere zin. Maren (en Bernd) vroegen waarom ik dan niet ging. Op dat moment zag ik voor een moment hoe vrij ik eigenlijk was. De ervaring van reizen lijkt deze invloed te hebben op iemand’s prioriteiten. Je sensibiliteit voor vrijheid evenaart die van andere waarden aan de top. Dan laat je op een avond alles vallen en kijkt wat er gebeurt. Dan zie je dat je vrij kan zijn mits je ervoor strijdt.

Gisteren: een ascetische dag

Altijd als ik in Bloomington alleen op ontdekkingsreis ga met een boek en een fles water, verzand ik in ascetisme, mijn hoogste ideaal. Bloomington is dan ook de perfecte plaats daarvoor.

Aan het begin van mijn wandeltocht op zoek naar een geschikt leesplekje, zag ik hoe anders de VS er dan Europa uitziet; overzichtelijker. Het is een walhalla van recht-toe-recht-aan. De wegen bestaan niet uit keitjes maar uit beton, de huizen zijn reuzachtig en omgeven door groot groen. In de verte zie ik een speeltuintje met wat kinderen. Daar zijn ook vrij toegankelijke tennisbanen en basketball courts.

Ik nestel mij in iemands tuin. Het lijkt meer op een halve golfbaan en uiteindelijk blijkt het een baseball court, maar niemand die het erg vindt. Er is dan ook niemand in de buurt. Ik begin te lezen. Bij het ascetisch lezen laat je je continu door de tekst afleiden om pas weer terug te keren als je gedachten weer op de tekst aansluiten. Na twee uur lezen (boek: ‘an analysis of thinking and research about qualitative methods’ stuit ik op de ontologische en epistemologische continua. Mijn ascetische geest ontneemt mij meer dan 15 minuten aandacht. Uiteindelijk denkt het (denk ik?) een nieuwe kwalitatieve methode van onderzoek te hebben gevonden: jezelf wegdenken door een te zijn met de wereld. Bomen verdienen dezelfde aandacht als mensen. Door een andere kijk op de wereld te nemen, kun je buiten jezelf treden. En anders waarnemen. En dat andere waarnemen vergelijken met normaal waarnemen. En iets zeggen over hoe ik normaal waarneem. Een zijn met de wereld begint daar, waar je jezelf ziet waarnemen. Dat klinkt spiritueel, maar het kan in iedere willekeurige vorm worden gegoten. In een boek over kwalitatief onderzoek doen. Het heeft ongeveer 100 pagina’s en biedt voor de rest van mijn leven de grond voor al het denken. Het is mijn levensdoel, ik moet het schrijven. Als ik het niet schrijf, dan is mijn levensdoel te weten dat ik het niet heb geschreven.

Op de terugweg is het nog steeds zonnig. Lange schaduwen vallen over de betonnen wegen. Af en toe rent er een eekhoorn voorbij, en springt een boom in. Alle mensen die ik tegenkom zijn blij. Een perfecte wereld.

Het is zondagmorgen, het is een stralende dag. Ik moet nu weer lezen en opdrachten schrijven. Vaarwel ascetisme. Misschien zie ik vandaag een glimp van je. Vanmiddag een grote wandeling maken. Ik zou tijdens ascetische fases willen schrijven, maar zij gebieden mij van computers weg te blijven. Gaat innerlijke rijkdom verloren in computeren? Daarover gaat het boek.